Bg 12.16
sarvārambha-parityāgī, yo mad-bhaktaḥ sa me priyaḥ
Een toegewijde kan soms geld aangeboden krijgen, maar hij moet er niet teveel moeite voor doen het te krijgen. Wanneer er door de genade van de Allerhoogste vanzelf geld naar hem toekomt, dan raakt hij daardoor niet opgewonden. Vanzelfsprekend neemt een toegewijde minstens twee keer per dag een bad en staat hij ’s ochtends vroeg op voor devotionele dienst. Op die manier is hij van nature zowel vanbinnen als vanbuiten zuiver. Een toegewijde is altijd bekwaam, omdat hij volledig begrijpt wat de essentie van alle activiteiten van het leven is en omdat hij overtuigd is van de gezaghebbende heilige teksten. Een toegewijde is nooit partijdig en is daarom onbezorgd. Hij is vrij van alle pijn, want hij is vrij van alle benamingen; hij weet dat dit lichaam een benaming is, dus als er lichamelijke pijn is, is hij er vrij van. De zuivere toegewijde doet geen moeite voor iets wat tegen de principes van devotionele dienst ingaat. Bijvoorbeeld, het vergt veel energie om een groot gebouw te bouwen en een toegewijde houdt zich er niet mee bezig als hij er geen vooruitgang mee maakt in devotionele dienst. Hij kan een tempel bouwen voor de Heer en hij kan daarvoor allerlei soorten zorgen op zich nemen, maar hij zal geen groot huis bouwen voor zijn persoonlijke relaties.
